Spring naar inhoud

Toch niet naar de wuppe

img_58852Je mag een beeldje kiezen, zeg ik.
Mijn hand op zijn schouder. Onze voeten in de modder. Hij kijkt bedeesd naar de man voor ons, die zelfs naar mijn normen een reus is. Het was een triest zicht, zeg ik de reus, die stormloop op de beeldjes. Dat we er deze zomer waren geweest. Dat we onder de indruk waren, dat ook onze zoon en dochter genoten hadden van de stilte en het zicht. En dat ik blij was dat ik tenminste nog één beeldje had kunnen reserveren. Dat mijn kinderen er misschien ooit een boodschap aan zouden hebben.
Je mag nog een beeldje kiezen, zegt de grote vriendelijke reus. Voor je dochter.

Ik weet niet goed wat zeggen. Ik kan alleen maar glimlachen. En dankbaar zijn.

In mijn auto zingt Wannes Cappelle dat het nie voe kinders is. Ik stop aan een militair kerkhof, diep verscholen in de Westhoek. De zon schijnt en het is bitter koud. Ik trek zijn muts wat dieper, stop het beeldje in zijn handen en loop met hem over het kerkhof.

img_58962

Ik leg uit dat die witte stenen allemaal mensen waren die gestorven zijn, heel lang geleden, omdat ze veel ruzie maakten. Heel veel ruzie. Te veel ruzie. Hij vraagt waarom, en ik moet nog meer naar mijn woorden zoeken. Het zijn dingen die ik eigenlijk niet wil uitleggen. Maar ook dat is mijn taak als vader, bedenk ik.

Hij wordt er stil van, ik word er stil van. Ik wijs dan maar naar het beeldje, zeg hem dat het een symbool is. Dat dat beeldje er ons aan herinnert dat we geen ruzie mogen maken. Hij knikt, lijkt het te begrijpen. Denk ik.

Het is misschien onnozel, zeg ik tegen mezelf, terug in de auto. Naïef ook. Wat weet hij daar nu als vierjarige van, wat moet hij daar ook al van weten? Naïviteit is ook het enige wat ik als antwoord kon geven, op die waarom.  Cappelle zingt ondertussen dat het nog niet allemaal naar de wuppe is. Ik hoop van wel. De hele terugweg is het stil.

img_59162

Het is nog ol ni naar de wuppe. Het blijken profetische woorden als ik mijn zoon toevallig bezig hoor, een paar weken later. Mijn moeder helpt zijn jas aan te doen, na een bezoekje. Bij hen in de gang staat ook zo’n beeldje. Die ziet hij vast niet, denk ik. Maar toch wijst hij er opeens naar. Zomaar. “Dat beeldje is om te zeggen dat wij geen ruzie mogen maken, hé, memé.”

Ik weet niet goed wat zeggen. Ik kan alleen maar glimlachen. En dankbaar zijn.

Categorieën

Persoonlijk

6 gedachten over “Toch niet naar de wuppe Plaats een reactie


  1. Heel mooi.
    Ik herinner me een soortgelijk gesprek met onze oudste 2. Alleen was de setting minder idyllisch: de keukentafel.
    Ik moest ook naar woorden zoeken. Hoe leg je dat uit… dat van die Groote Oorlog…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: