Spring naar inhoud

Luchtballon

Het is 19 uur als we de parking oprijden. Wij twee, alle tijd van de wereld. Alsof het altijd vakantie is. De nazomer brengt een fijne, warme avondzon met zich mee, maar in de verte laat de koelte zich al voelen, net als ’s morgens als er slechts één cijfer de temperatuur aangeeft.

20180901_190310 (1)We staren voor de ingang van de winkel naar de weide er tegenover, waar een grote, zwarte luchtballon verrijst. Hij zit in mijn nek, vraagt ongeduldig of we toch zeker nog sportschoentjes halen. We hebben nog even tijd, sus ik. Nog even om de luchtballon met alleen maar blije mensen te zien opstijgen. Hij is niet onder de indruk. Ook niet van de saaie, witte turnpantoffels zo blijkt.

De winkel is haast leeg. Een man staart in zijn onderbroek naar loopshorts die zijn vrouw enigszins verveeld van het schap haalt, de jonge medewerkers praten over hun plannen vanavond. Nog een halfuur en hun weekend begint. Nog anderhalve dag en de school begint. Daartussen nog een dagje Plopsaland, waar hij al een hele tijd naar uitkijkt. Maar first things first. Turnpantoffels, dus. Ik pas ze nog eens, om zeker te zijn. Hij knikt, als ik vraag of ze goed zitten. Het is weer zo’n avond van zo’n dag waar al veel gezegd is, dat het ook even zonder woorden mag.

Buiten is de luchtballon klein en alweer ver weg. Het onwaarschijnlijk schone Thinking of A Place van The War On Drugs weerklinkt in de auto. Het is de perfecte soundtrack voor deze zomeravond. Langs jonge fietsers op weg naar vrienden, langs de tent op het grasplein op de kerk waar niemand ook maar weet wie de kermiskoers twee uur eerder won, halfvolle bierglazen, een sfeervol terras, mensen die frieten gehaald hebben, langs duiven op een dak, langs een laat werkende landbouwer. Het leven is weer heel even belachelijk eenvoudig, netjes, zacht, eenzijdig, allesbehalve complex. Als turnpantoffels.

pexels-photo-217114.jpeg

We leven niet gisteren, vandaag, maar nu. Hij en ik in de auto. De heerlijke plaat wat luider langs de binnenwegen, het raam iets meer naar beneden, de gloed van de zon net iets warmer. Eenmaal thuis toont hij zijn turnpantoffels al trots aan zijn zus die hem aan het raam opwacht. Ik wil hem doen uitkijken naar morgen, overmorgen ook. Het leukste aan kind zijn is verlangen, denk ik. Verlangen naar morgen, verlangen naar het spelen. Weet ik veel of hij aan nu denkt, aan vandaag.

Als ik hem in bed stop, wrijf ik zoals altijd weer door zijn haar. Ik zeg hem dat we nog één keer moeten slapen tot Plopsaland en twee keer moeten slapen tot school. Ik verwacht een hakkelende spraakwaterval die alles nog eens netjes herhaalt. Maar wat ik niet verwacht is dat hij het afgelopen uur mijn gedachten heeft gelezen en ook ‘nu’ leeft. Ik kan alleen maar zwijgen en breed glimlachen als hij me aankijkt en zomaar, zonder enige uitleg, zegt: “Luchtballon.”

Categorieën

Persoonlijk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: