Skip to content

Zwart/wit

Als kind had ik geen idee hoe groot de wereld was en leek alles zwart/wit. Die achterbakse knaap uit mijn klas was mijn gezworen aartsvijand en voetbalwedstrijden op de speelplaats waren belangrijker dan gelijk welk WK. Die knaap belandde uiteindelijk een paar keer in de gevangenis en later bleek dat ik eigenlijk op geen bal kon stampen.

128036De leraar van het zesde studiejaar was zowat de belangrijkste van de school, de meest strikte ook. Hij leek zichzelf heel wat te vinden en toen ik in zijn klas arriveerde, kon ik dat gevoel van narcisme en licht sadisme dat hij uitstraalde nooit van mij afschudden. Het werd al snel duidelijk dat we nooit beste vrienden zouden worden. Ik was te chaotisch binnen zijn structuur, te speels binnen zijn richtlijnen. Toen de allerlaatste bel rinkelde voor de zomervakantie, hield ik mijn adem in. Ik was klaar om afscheid te nemen. Ik was niet klaar voor het middelbaar zou later blijken, maar ik was blij dat ik niet meer in zijn klas hoefde te zitten. Zo gaat het ook als beginnende puber, alles is nog steeds zwart/wit. Hij had mij als snotaap wel vaker op het hart getrapt, vaak onbewust. Deed er ietwat lachwekkend over dat ik na hem ‘moderne’ studies zou toen. Of landbouwschool niets was voor mij? Dat soort zaken.

In de jaren nadien kwam ik hem slechts occasioneel nog eens tegen. Altijd met zijn fiets, rechte rug en zwaaiend als een koning naar zijn onderdanen. Hij leek zich nog steeds meer te voelen dan een ander. Het kan ook gewoon een verkeerde perceptie geweest zijn, daar ben ik nog altijd niet aan uit.

Ik studeerde af, met onderscheiding en kon vrij snel na mijn studies aan de slag bij de lokale krant, waar hij tot kort daarvoor ook medewerker was geweest. Hij was directeur geworden intussen, in de school waar zijn vrouw lesgaf, een rol die hem eigenlijk op het lijf geschreven was. Zijn gezin was een modelgezin, waar er zichtbaar nooit buiten de lijntjes werd gekleurd. Het was een donderslag bij heldere hemel, toen die bewuste dinsdagmorgen het bericht binnenkwam dat zijn lichaam gevonden was in een bos niet ver van zijn deur. Niemand kon het geloven. Op de redactie vernamen we de details, zaken die je eigenlijk niet kan of mag publiceren als je eer wil hebben aan je beroep. Het was surreëel. We moesten het vier of vijf keer checken vooraleer we het echt konden geloven.

forest-028

Ik hielp mee aan de stukken die geschreven werden, mocht ook zijn begrafenis capteren. Het had iets hallucinants, vooral de manier waarop hij jarenlang een façade in stand had gehouden. Over het waarom had niemand een antwoord. Ook mij liet het niet los. Toen er een jaar voorbij was, wilde ik vragen aan de weduwe of ze wilde terugblikken in onze krant. Maar ik deed het niet. Je voelde aan alles dat de wonde nog te vers was. Vier jaar later wilde ik het opnieuw doen, maar ik aarzelde weer. Het leek me te gemakkelijk, te goedkoop.

Vorig jaar ging ze met pensioen en ging ik langs bij haar. Toen de naam van haar man viel, sprak ze er open en eerlijk over. Het was geen taboe voor haar, nooit geweest blijkbaar. Opnieuw had ik een verkeerde indruk. Dat zwart/wit was dus blijven hangen als het over hem ging.

In februari raapte ik mijn moed bijeen en belde ik haar op met de vraag of ze het zag zitten om tien jaar na zijn overlijden te praten over alles wat er gebeurd is, wat de impact geweest was en hoe het vandaag verder gaat. Ze zei tot mijn verbazing meteen ja. Vond het zelfs bijna logisch. Ik heb in die jaren daarvoor haar lieve dochter leren kennen en voelde steeds meer genegenheid voor hun verhaal. Het werd een warm gesprek. Ze praatte honderduit, opgelucht bijna. Ze haalde andere details naar boven, zoals wat er op het afscheidsbriefje stond. De vragen die ik had, bleken ook voor haar nog steeds vragen. Antwoorden zouden er nooit komen. Het werd een verhaal van verbondenheid, van hoop, van zoeken naar klein familiegeluk. En daarna ook op papier.

12729607_944276132277040_484679497_nIk had het vreemd genoeg moeilijk toen ik het stuk uitschreef en later ook toen ik het herlas. Het is een van de weinige teksten waar ik vandaag trots op ben, die zo goed de sfeer en het gevoel van een gesprek capteren. Ze was er heel blij mee, liet ze weten. Ik kan er niets aan toevoegen, niets weglaten…, mailde ze. Ze feliciteerde me met mijn vlotte pen, noemde mij gedreven. Op zo’n momenten wéét je waarom je dit doet.

Maar die hoop en levensvreugde kreeg een heel ander opzicht toen haar dochter mij vlak na het gesprek inlichtte dat haar moeder eigenlijk op dat moment in behandeling zou gaan, dat haar gezondheid echt niet goed was. Ik had er helemaal niets van gemerkt en het is ook geen standaard vraag als journalist, hoe het met de gezondheid gaat. Ik heb het niet vermeld in het stuk. Ik was achteraf zelfs blij dat ik het niet wist op het moment zelf. Ik wilde het houden bij de hoop dat het artikel uitstraalde. Hoop die de familie de komende maanden nog vaak nodig zou hebben.

Het zag er niet goed uit. Toen ze voor een levensbelangrijke operatie stond, ging een mail en Facebook-bericht rond onder vrienden waarop ze opriepen om aan haar te denken. En hoe onnozel het ook klinkt, ik was ook een van die mensen die die bewuste avond een kaarsje had gebrand voor haar.

sunny-autumn-day-wide-wallpaper-35561

Het was een tijdlang stil, maar je voelde dat er niet veel beterschap was. Afgelopen dinsdagmorgen kwam het bericht binnen dat ze de strijd had verloren. Amper een jaar op pensioen, net de kaap van zestig gepasseerd. Ik contacteerde haar dochter diezelfde avond nog en schreef een overlijdensbericht. Ik dacht terug aan hun familiegeschiedenis, hoe ze het perfecte gezin waren en hoe ondanks de sterke band tussen de kinderen, niets meer zou zijn zoals vroeger. Hoe hun vader sommige kleinkinderen niet eens zag geboren worden, en hoe er misschien straks nog bijkomen, zonder hun moeder. Het overlijdensbericht, de letters die ik tikte, elke keer kwam het contrast tussen zwart en wit naar boven. En hoewel het verhaal kleur kreeg, bleven die twee tinten overheersen. Ik hoop dat ze rust heeft gevonden en dat haar kinderen dat straks ook vinden.

“Na middernacht stond de politie aan de deur. Sindsdien slaap ik niet meer gerust. Vandaag nog altijd niet, nee. In het begin werd ik altijd wakker rond het uur waarop ze aanbelden. Soms is het een uurtje later, twee zelfs, maar elke nacht word ik nog wakker. Raar, hé.”
Het is niet de eerste keer dat ze het woord ‘raar’ gebruikt. Een ander vindt het misschien raar dat het verdriet nog altijd niet gesleten is, zegt ze. Dat ze nog elke dag aan hem denkt of dat ze hem in het begin soms nog vaak zag, passerend op zijn fiets.

“Kort nadien is mijn moeder gestorven, maar dat kon ik gemakkelijker een plaats geven. Dat alleen zijn valt mee, maar dat achterblijven… Ik weet niet of dat rouwproces ooit voorbij gaat. In het begin geloofde ik ook nog dat er iets meer was hierboven, maar nu weet ik het niet meer. Al moet het gezegd dat we telkens mooi weer hebben als we met de kinderen op weekend gaan.”
Ze glimlacht.

“Tien jaar. De tijd is voorbij gevlogen. Ik merk dat veel mensen er vaak niet over durven praten. Ik heb er nooit moeite mee gehad, maar ik begrijp wel dat sommigen het niet ter sprake willen brengen. Als er iemand geconfronteerd wordt met een sterfgeval, neem ik al snel de telefoon. Sommigen durven niet bellen. Maar als het niet gaat, dan is het geen schande.” Zelf is ze een tijdlang naar een zelfhulpgroep geweest. “Ik steek mijn verdriet niet weg. Als het te dicht komt, dan komen ook de tranen.”

Ze zwijgt even. “Ik ben gelukkig, ja. Helemaal anders dan vroeger, maar op zekere hoogte mag je dat nu wel gelukkig noemen.”

Weer die glimlach.

“Raar, hé?”

Categorieën

Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: