Skip to content

(V)luchthaven

We zitten samen in de zetel. Ik ben al even druk aan het werk, zij ligt uitgestrekt aan het andere eind. In mijn hoofd reken ik niet langer in dagen, maar in uren, vooraleer ze bevalt. En dan passeert dat eerste bericht, het tweede. Het stopt niet meer. Ik schrijf verder, maar ik merk dat ik meer Twitter en nieuwssites check dan mijn werk. Het zou me pas een uur later invallen dat ik mijn interview niet eens heb voorbereid.

Ik kijk mijn vrouw niet aan, maar ik weet dat ze net hetzelfde denkt: dat in deze wereld straks een kind bijkomt, nog onschuldiger dan hij die boven ligt te slapen. De klok rond alweer. Het is volop lente buiten. De mist trekt op en de zon schijnt niet, ze stráált. Op het dak van de buren zitten kauwen. Het pikzwart vloekt met de blauwe hemel. Ik zou er de symboliek van kunnen inzien, maar in de plaats daarvan maak ik het flesje klaar. Boven neemt hij mijn hand vast om recht te staan in zijn bed. Hij kraait niet, huilt niet, maar is stil, alsof hij het ergens toch voelt. Maar het is rationeel gezien iets wat ik mezelf wijs maak. Want voor hem wacht alweer een dag vol spelen, slapen, eten en vanavond alweer mama op de proef stellen met zijn deugnieterij. Ik werk nog even verder, terwijl mijn vrouw hem klaarmaakt voor de crèche. Hij heeft er weer zin in, in die dag.

2016-03-22_1458634968En het kan haast niet symbolischer, dat hij nét op het moment dat ik de voordeur opentrek met hem in mijn armen, dat hij me zomaar ineens knuffelt, me vastneemt. Alsof ik hem ga laten vallen, alsof hij niet wil, alsof de hele wereld op hem afkomt en hij er niet klaar voor is. Hij legt zijn hoofd op mijn schouder als ik hem naar de auto breng en ik verbijt mijn tranen, terwijl ik alleen maar aan zijn toekomst kan denken. Aan al die onschuld dat verloren gaat, op een plek van ontmoetingen, afscheid en nieuw begin. Een poort naar het maken van herinneringen en waar je er koffers van vol kan terugbrengen. En nu eentje van angst, van terreur.

In de opvang huilen kinderen, veel meer dan anders. Het is er extra druk vandaag, met twee nieuwe kleintjes. Eentje staat daar midden in de zaal verloren en ontroostbaar.   Ik zet mijn zoon neer en pik het mannetje op. Zij die weg en weer lopen bijna, zorgen ervoor dat mijn zoon straks weer een avontuurlijke dag tegemoet gaat. Ik heb geen zin in mijn interview. Nochtans is het er eentje waar ik al een hele tijd naar uitkeek. Alles lijkt opeens zo relatief, zo banaal.

En dan zit je voor die mens een half uur later, praat hij over zijn leven tussen de vele boeken en oude foto’s. Ik was er al eerder geweest, toen zijn vrouw nog leefde. Het is de tweede echtgenote die hij moest begraven, maar heeft ondertussen opnieuw een relatie. ‘Mag ik vragen of je verliefd bent, is dat nog steeds dát gevoel?’ Het zijn vragen die ik graag stel als ik mag graven in levensgeschiedenissen van mensen waar ik bewondering voor heb. Hij gelooft in God, in het leven en in de relativiteit van alles.

De dode is geen vreemde meer, zegt hij zelf. Binnenkort komt die misschien zelfs zijn oudste zoon halen, die dezelfde naam draagt als mijn zoon. ‘Hoe je dat plaatst?’ Hij glimlacht, schuifelt naar voor om een slok thee te nemen, die hij op een blaadje van een sudoku-kalender zet. ‘Als een puzzel’, zegt hij. ‘Je hebt stukken die nergens lijken te passen, maar je begint bij de randjes. Je kijkt wat waar past en gaat zo verder, tot het midden waar alles duidelijk wordt, waar tijd niet langer belangrijk is en waar liefde overblijft.’ Ik hoop zo voor mijn kinderen dat het niet moet duren tot dan, maar nu al kan.

Categorieën

Uncategorized

2 thoughts on “(V)luchthaven Plaats een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: